ECLI:NL:HR:2008:BC8979
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek teruggave sieraden en gouden riem in echtscheidingsprocedure
De man en vrouw zijn in 2003 in Marokko gehuwd. De vrouw heeft de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit, de man alleen de Marokkaanse. In 2006 vroeg de vrouw bij de rechtbank Amsterdam echtscheiding aan, die werd uitgesproken zonder verweerschrift van de man. De man stelde hoger beroep in en verzocht onder meer om teruggave van sieraden en een gouden riem die de vrouw bij het huwelijk had ontvangen.
Het hof wees dit verzoek af omdat Nederlands recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime, er geen huwelijkse voorwaarden waren overeengekomen en de sieraden en riem als persoonlijke eigendom van de vrouw werden beschouwd, niet behorend tot de huwelijksgemeenschap. De man stelde beroep in cassatie in tegen deze afwijzing.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof terecht Nederlands recht toepaste en oordeelde dat de man geen belang had bij het verzoek tot teruggave omdat de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap nog apart moet worden beslist. Ook is de rechter die over die verdeling beslist niet gebonden aan het oordeel van het hof over de nevenvoorziening. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het verzoek van de man tot teruggave van sieraden en gouden riem wordt afgewezen en het cassatieberoep verworpen.