ECLI:NL:HR:2008:BD0662
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens verstrijken geldigheidsduur machtiging plaatsing minderjarige
Bij beschikking van 14 december 2004 werd de minderjarige dochter van de moeder onder toezicht gesteld, waarna deze maatregel meermalen werd verlengd. Met machtiging van de kinderrechter werd de dochter geplaatst in een justitiële jeugdinrichting. Tijdens een verlengingsverzoek in februari 2006 gaf de Stichting aan dat de dochter naar huis zou gaan met inzet van Multi System Therapy (MST). Vervolgens verzocht de Stichting in maart 2006 om een spoedmachtiging voor plaatsing in een normaal beveiligde justitiële jeugdinrichting, welke door de kinderrechter werd verleend en later werd verlengd tot 14 december 2006.
De moeder stelde hoger beroep in tegen deze verlengingsbeschikking, maar het gerechtshof bekrachtigde de beschikking en wees haar verdere verzoeken af. Hiertegen stelde de moeder beroep in cassatie in. De Advocaat-Generaal adviseerde de moeder niet-ontvankelijk te verklaren omdat de geldigheidsduur van de machtiging inmiddels was verstreken.
De Hoge Raad oordeelde dat de moeder geen belang meer had bij het cassatieberoep nu de machtiging op 14 december 2006 was verlopen. Daarom werd zij niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep. De beschikking werd uitgesproken door de raadsheren op 13 juni 2008.
Uitkomst: De moeder is niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep wegens het verstrijken van de geldigheidsduur van de machtiging.