ECLI:NL:PHR:2008:BG1818
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ondertoezichtstelling minderjarige kinderen wegens bedreigde ontwikkeling
In deze zaak staat de ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen centraal, ingesteld voor de periode van 5 februari 2008 tot 5 februari 2009. De ouders, gehuwd in Marokko en gezamenlijk gezagdragend, zijn in hoger beroep gegaan tegen de beschikking van de kinderrechter die de kinderen onder toezicht stelde vanwege gedragsproblemen en politiecontacten die een bedreiging voor hun ontwikkeling vormen.
De rechtbank Utrecht stelde de kinderen onder toezicht van Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht. Het hof Amsterdam bekrachtigde deze beslissing na beoordeling van het raadsrapport en de mondelinge behandeling. Het hof concludeerde dat de ouders onvoldoende pedagogische vaardigheden hebben en niet bereid zijn vrijwillige hulp te accepteren, waardoor de bedreigde ontwikkeling van de kinderen moet worden afgewend.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de juiste maatstaf heeft toegepast zoals neergelegd in art. 1:254 lid 1 BW Pro en dat de motivering van het hof voldoende feitelijke grondslag heeft. Klachten over onjuiste feiten en onvoldoende onderbouwing worden verworpen. Het cassatieberoep wordt afgewezen, waarmee de ondertoezichtstelling gehandhaafd blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ondertoezichtstelling van de drie minderjarige kinderen.