(iii) Het perceel [A 002] is gelegen naast perceel [A 001]. Vanuit perceel [A 001] is slechts een uitweg op de [a-straat] mogelijk via perceel [A 002]. De eigenaar van perceel [A 002], het Hoogheemraadschap van Schieland, wilde (een gedeelte van) dit perceel slechts verkopen aan [betrokkene 1]. [Betrokkene 1] huurde een gedeelte van dat perceel ten behoeve van een volkstuintje.
(iv) [Betrokkene 1] heeft in een door hem getekende brief van 6 oktober 2000 aan [verweerder] bericht dat hij bereid is een deel van het in zijn bezit komend perceel grond [A 002] inclusief de bestaande opstallen aan [verweerder] of aan een door [verweerder] aan te wijzen partij te leveren voor een bedrag van ƒ 130.000,- kosten koper. Voorts heeft [betrokkene 1] bericht dat de transactie dient plaats te vinden vóór 1 december 2000.
(v) Bij (fax)brief van 22 oktober 2000 heeft [verweerder] VCO geïnformeerd over het aanbod van [betrokkene 1] tot verkoop van een gedeelte van perceel [A 002] ter grootte van 250 m² voor een bedrag van ƒ 130.000,-.
(vi) Naar aanleiding hiervan heeft VCO bij (fax)brief van 3 november 2000 aan [verweerder] medegedeeld dat zij het aanbod van [betrokkene 1] aanvaardt. Daarbij heeft VCO [verweerder] verzocht om de benodigde stukken toe te zenden aan de notaris, zodat deze de stukken kan opmaken en de transactie conform afspraak per 1 december 2000 kan plaatsvinden.
(vii) Bij (fax)brief van 12 november 2000 heeft VCO nog eens aan [verweerder] bevestigd dat zij het aanbod van ƒ 130.000,- voor een gedeelte van 250 m² aanvaardt en heeft zij laten weten niet geïnteresseerd te zijn in meer grond dan deze 250 m².
(viii) [Verweerder] heeft bij brief van 15 november 2000 aan VCO medegedeeld dat het gehele plan geen doorgang zal kunnen vinden wanneer [betrokkene 1] de financiering niet rond zal krijgen.
(ix) In reactie op een brief van de raadsman van VCO van 28 november 2000 heeft [verweerder] bij brief van 30 november 2000 laten weten dat voorwaarde voor verwerving van voormeld gedeelte van perceel [A 002] steeds geweest is dat [betrokkene 1] het gehele perceel zal kunnen kopen van het Hoogheemraadschap, maar dat dit niet mogelijk is gebleken omdat [betrokkene 1] de financiering niet rond kon krijgen. [Verweerder] heeft in die brief vervolgens voorgesteld de verwerving van het gehele perceel voor [betrokkene 1] te financieren. Dat betekent dat de afkoopsom voor het gedeelte van 250 m² aanzienlijk hoger zal worden. Hij stelt voor dat VCO voor het perceel [A 001] ƒ 600.000,- betaalt (met rente over de oorspronkelijk koopprijs van ƒ 530.000,-, zijnde ƒ 37.100,-) en ter zake van de verwerving van het perceel [A 002] ƒ 370.600,-.
(x) VCO heeft dit aanbod van de hand gewezen.
(xi) Het Hoogheemraadschap van Schieland heeft (een gedeelte van) perceel [A 002] ter grootte van 880 m² op 11 december 2000 verkocht en op 29 december 2000 overgedragen aan [betrokkene 1], die een gedeelte daarvan ter grootte van 480 m² op dezelfde dag heeft overgedragen aan Exploitatiemaatschappij Erfgoed B.V.
(xii) [Verweerder] heeft perceel [A 001] op 5 april 2002 verkocht aan een derde.