ECLI:NL:HR:2008:BD0683

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/10658
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 91 FwArt. 19 PaspoortwetArt. 81 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek cassatie tegen weigering en vervallenverklaring paspoort in faillissementsprocedure

Verzoeker werd bij vonnis van 15 maart 2000 in staat van faillissement verklaard. Op 29 november 2005 verzocht de rechter-commissaris op grond van artikel 19 Paspoortwet Pro om vervallenverklaring van het recht op een paspoort van verzoeker. In juli 2007 werd dit paspoort ingenomen door de Marechaussee na een irisscan op Schiphol.

Verzoeker vroeg de rechter-commissaris om teruggeven van het paspoort of tijdelijke teruggave voor een geplande reis, maar dit verzoek werd afgewezen. Hiertegen stelde verzoeker hoger beroep in bij de rechtbank, dat niet-ontvankelijk werd verklaard dan wel ongegrond. Verzoeker stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af zonder nadere motivering, gelet op artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering. De beschikking werd in openbaar uitgesproken op 6 juni 2008.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep tegen de weigering en vervallenverklaring van het paspoort.

Uitspraak

6 juni 2008
Eerste Kamer
Nr. 07/10658
RM/AG
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Weerden.
Verzoeker tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van 15 maart 2000 heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch [verzoeker] in staat van faillissement verklaard.
Op 29 november 2005 heeft de rechter-commissaris op grond van art. 19 Paspoortwet Pro verzocht om vervallenverklaring van het recht op een paspoort.
Op 3 of 4 juli 2007 was [verzoeker] op Schiphol. Tijdens een irisscan werd gesignaleerd dat het recht op een paspoort vervallen was. Hierop heeft de Marechaussee het paspoort van [verzoeker] ingenomen.
Bij brief van 4 juli 2007 heeft [verzoeker] de rechter-commissaris verzocht te bewerkstelligen dat zijn paspoort hem zou worden teruggeven, althans dat hij door tijdelijke teruggave van het paspoort in de gelegenheid zou worden gesteld de geplande reis te maken.
Bij beschikking van 6 juli 2007 heeft de (waarnemend) rechter-commissaris aan [verzoeker] laten weten niet bereid te zijn de signalering in het register paspoortsignalering in te trekken.
Met een op 10 juli 2007 ter griffie van de rechtbank 's-Hertogenbosch ingediend verzoekschrift heeft [verzoeker] op grond van art. 67 F. hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de rechter-commissaris. Voorzover nodig richt het beroep zich mede tegen voornoemde beslissing (het verzoek) van de rechter-commissaris ingevolge art. 19 Paspoortwet Pro.
Het beroepschrift is behandeld ter terechtzitting van 18 juli 2007.
Bij beschikking van 1 augustus 2007 heeft de rechtbank [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep tegen de beschikking van de rechter-commissaris van december 2005, en het beroep tegen de beschikking van 6 juli 2007 ongegrond verklaard.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoeker] in zijn cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 6 juni 2008.