ECLI:NL:PHR:2008:BD0683
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling reisbeperking en paspoortinhouding van gefailleerde in faillissementsprocedure
In deze zaak staat het beroep van een gefailleerde centraal tegen beslissingen van de rechter-commissaris omtrent de weigering en vervallenverklaring van zijn paspoort op grond van artikel 19 Paspoortwet Pro en artikel 91 Faillissementswet Pro. De gefailleerde stelde dat deze maatregelen zijn grondrechten, waaronder het recht om het land te verlaten, onnodig beperken en onvoldoende zijn gemotiveerd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het verzoek van de rechter-commissaris van november/december 2005 niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn, en verwierp het beroep tegen de beschikking van juli 2007 inhoudelijk. De Hoge Raad concludeert dat de reisbeperking en paspoortinhouding wettelijk zijn gebaseerd op de Faillissementswet en Paspoortwet, waarbij de rechter-commissaris bevoegd is om dergelijke maatregelen te verzoeken om te voorkomen dat de gefailleerde zich aan zijn verplichtingen onttrekt.
De Hoge Raad overweegt dat de gefailleerde geen belang meer heeft bij cassatie omdat de paspoortsignalering inmiddels is verwijderd en de teruggave van het paspoort niet door de rechter kan worden gelast, maar door de bevoegde autoriteit wordt beslist. Tevens wordt benadrukt dat de beperking van het recht om te reizen voldoende wettelijk is geregeld en proportioneel is in het kader van de faillissementsprocedure. Het cassatieberoep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang; reisbeperking en paspoortinhouding rechtmatig.