ECLI:NL:HR:2008:BD0984
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid voor afvalstoffenheffing bij gedeeld gebruik perceel
In deze zaak stond centraal of de aanslag afvalstoffenheffing die aan belanghebbende was opgelegd terecht was. Belanghebbende was ingeschreven op een adres waar een bovenwoning met drie kamers werd bewoond door drie studenten. De gemeente Groningen legde een aanslag op voor het feitelijk gebruik van het perceel, waarop belanghebbende bezwaar maakte. De heffingsambtenaar handhaafde de aanslag, maar het hof vernietigde deze omdat het oordeel was dat de kamer van belanghebbende niet bestemd was voor het voeren van een particuliere huishouding.
Het College van burgemeester en wethouders van Groningen stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte de aanslag vernietigde. De bovenwoning was een perceel in de zin van de Verordening en alle drie studenten waren als feitelijke gebruikers belastingplichtig. Het feit dat geen van hen exclusief gebruik had van alle vertrekken deed hier niet aan af.
Verder verwierp de Hoge Raad het argument dat het onredelijk zou zijn dat één bewoner verantwoordelijk is voor de gehele aanslag. De wet bepaalt dat iedere gebruiker hoofdelijk aansprakelijk is, en het is aan de wetgever om eventuele verhaalsproblemen op te lossen. Ook het betoog over schending van het zorgvuldigheidsbeginsel wegens late oplegging van de aanslag werd verworpen.
De Hoge Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het hofarrest voor zover het de aanslag betrof en verklaarde het beroep tegen de heffingsambtenaar ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat iedere feitelijke gebruiker van het perceel hoofdelijk aansprakelijk is voor de afvalstoffenheffing en vernietigt het hofarrest dat de aanslag vernietigde.