ECLI:NL:PHR:2008:BD0984
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over afvalstoffenheffing en begrip perceel in studentenpand
Belanghebbende, een studente, was ingeschreven in een bovenwoning met drie kamers, een keuken, toilet en douche, die zij deelde met twee andere studentes. De gemeente legde haar een aanslag afvalstoffenheffing op voor 2003, welke zij betwistte. Het hof oordeelde dat de aanslag onterecht was omdat de kamer van belanghebbende geen zelfstandige perceel vormde voor het voeren van een particuliere huishouding.
De Hoge Raad stelt dat het begrip perceel in de afvalstoffenheffing moet worden uitgelegd als een onroerende zaak of een gedeelte daarvan dat blijkens indeling en inrichting bestemd is voor het voeren van een particuliere huishouding waarin geregeld afvalstoffen kunnen ontstaan. Voor een zelfstandige huishouding is ten minste een zit- en slaapgelegenheid, keuken en sanitaire voorzieningen vereist, maar het exclusieve gebruik van alle voorzieningen is niet noodzakelijk.
In deze zaak is de bovenwoning als geheel een perceel, omdat de kamers afhankelijk zijn van gemeenschappelijke voorzieningen. De aanslag is terecht opgelegd aan belanghebbende als feitelijke gebruiker die het langst op het adres stond ingeschreven. De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor zover het de afvalstoffenheffing betreft en bevestigt dat de aanslag in stand blijft.
De Hoge Raad benadrukt dat de afvalstoffenheffing wordt geheven per perceel en dat meerdere feitelijke gebruikers elk belastingplichtig zijn, maar dat de gemeente de aanslag aan één gebruiker kan opleggen met regresrecht. De uitspraak verduidelijkt de toepassing van het begrip perceel en de heffingsgrondslag bij gedeeld gebruik in studentenpanden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en bevestigt dat de afvalstoffenheffing terecht is opgelegd voor het gehele perceel, een bovenwoning met gedeelde voorzieningen.