ECLI:NL:HR:2008:BD1377

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/12821
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging wettelijke schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen

Verzoeker werd bij vonnis van de rechtbank Utrecht definitief onder de wettelijke schuldsaneringsregeling geplaatst. Op voordracht van de rechter-commissaris werd deze regeling tussentijds beëindigd wegens het niet naar behoren nakomen van een of meer verplichtingen voortvloeiend uit de regeling.

Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam, dat het tussentijds beëindigingsvonnis bevestigde. Vervolgens richtte verzoeker zich tot de Hoge Raad met een beroep in cassatie.

De Hoge Raad concludeerde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom werd het cassatieberoep verworpen en bleef het tussentijds beëindigingsvonnis van de schuldsaneringsregeling in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling blijft in stand.

Uitspraak

13 juni 2008
Eerste Kamer
07/12821
RM/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M.A.R. Schuckink Kool.
Verzoeker tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van de rechtbank Utrecht van 30 augustus 2006 is ten aanzien van [verzoeker] de definitieve toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uitgesproken.
Op voordracht van de rechter-commissaris heeft de rechtbank bij vonnis van 3 september 2007 de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigd.
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 29 oktober 2007 heeft het hof het bestreden vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 13 juni 2008.