ECLI:NL:HR:2008:BD1383
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beëindiging arbeidsovereenkomst tijdens proeftijd en loonvordering
Eiser heeft de arbeidsovereenkomst met verweerster aangevochten wegens ongeldigheid van het ontslag tijdens de proeftijd en vorderde loonbetaling tot rechtsgeldige beëindiging. De kantonrechter wees de vorderingen af na bewijslevering en getuigenverhoren. Het gerechtshof bekrachtigde dit oordeel. Eiser stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding.
De uitspraak bevestigt dat ontslag tijdens de proeftijd onder de toepasselijke wettelijke regeling rechtsgeldig kan zijn en dat loonbetaling na een dergelijk ontslag niet verplicht is indien het ontslag niet onrechtmatig is verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het ontslag tijdens de proeftijd wordt als rechtsgeldig bevestigd.