ECLI:NL:HR:2008:BD1851

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C07/070HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing conservatoir beslag op onroerend goed in civiel geding

In deze zaak stond de vraag centraal of het conservatoir beslag tot levering van het winkelcentrum de Kalvertoren te Amsterdam terecht was opgeheven door het gerechtshof Amsterdam. De eiseres tot cassatie, een Nederlandse beleggingsmaatschappij, had het beslag laten leggen, terwijl de verweerder, een Duitse vennootschap, het beslag wilde laten opheffen ten behoeve van levering aan een derde partij.

De voorzieningenrechter had aanvankelijk de opheffing van het beslag geweigerd, maar het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat het beslag moest worden opgeheven. De eiseres maakte hiertegen beroep in cassatie, maar de Hoge Raad verwierp dit beroep zonder nadere motivering, aangezien de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad veroordeelde de eiseres tot cassatie in de kosten van het geding, en bevestigde daarmee het arrest van het hof. Hiermee kwam een einde aan het geschil over het conservatoir beslag op het onroerend goed, waarbij het beslag werd opgeheven ten behoeve van levering door de verweerder aan een derde partij.

Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen en het conservatoir beslag op de Kalvertoren werd opgeheven.

Uitspraak

11 juli 2008
Eerste Kamer
Nr. C07/070HR
RM/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
NEDERLANDSCHE BELEGGINGSMAATSCHAPPIJ B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. D. Stoutjesdijk,
t e g e n
de vennootschap naar Duits recht RREEF INVESTMENT GmbH, voorheen genaamd DB REAL ESTATE INVESTMENT GmbH,
gevestigd te Eschborn, Duitsland,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M. Ynzonides.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als NBM en DB.
1. Het geding in feitelijke instanties
DB heeft bij exploot van 30 maart 2006 NBM in kort geding gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam en gevorderd, kort gezegd, dat de voorzieningenrechter ten behoeve van de levering door DB aan Boundary Acquisitions Limited het conservatoir beslag op het winkelcentrum aan de Heiligeweg, de Kalverstraat en het Singel te Amsterdam (hierna: de Kalvertoren) zoals dat op 30 juni 2004 is ingeschreven in de daartoe bestemde openbare registers Hypotheken 3, deel 18419, nummer 24, opheft.
NBM heeft de vordering bestreden.
De voorzieningenrechter heeft bij vonnis van 11 mei 2006 de gevraagde voorziening geweigerd.
Tegen dit vonnis heeft DB hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Ten pleidooie heeft DB haar eis gewijzigd en, kort gezegd, slechts opheffing van het beslag gevorderd. NBM heeft bezwaar gemaakt tegen deze wijziging van eis, welk bezwaar door het is verworpen.
Bij arrest van 2 november 2006 heeft het hof het vonnis waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, het conservatoir beslag tot levering van de Kalvertoren opgeheven.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft NBM beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
DB heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor DB mede door mr. M.H. de Boer, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt NBM in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van DB begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, F.B. Bakels en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 11 juli 2008.