ECLI:NL:HR:2008:BD2712

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C07/109HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt vervroegde onteigening door Provincie Noord-Holland

De Provincie Noord-Holland heeft eiseres gedagvaard om vervroegd de onteigening van haar onroerende zaken uit te spreken ten behoeve van de Provincie, met vaststelling van de schadeloosstelling. De rechtbank heeft op 7 maart 2007 de gevorderde onteigening uitgesproken en een voorschot op schadeloosstelling vastgesteld. Eiseres heeft hiertegen beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het beroep van eiseres verworpen, zonder nadere motivering, omdat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. Tevens is eiseres veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Dit arrest bevestigt de rechtmatigheid van de vervroegde onteigening en de vastgestelde schadeloosstelling, waarmee de belangen van de Provincie worden gewaarborgd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en de vervroegde onteigening door de Provincie wordt bevestigd.

Uitspraak

11 juli 2008
Eerste Kamer
Nr. C07/109HR
RM/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J.P. van den Berg,
t e g e n
PROVINCIE NOORD-HOLLAND,
zetelende te Haarlem,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en de Provincie.
1. Het geding in feitelijke instantie
De Provincie heeft bij exploot van 7 november 2006 [eiseres] gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam en gevorderd, kort gezegd, vervroegd uit te spreken de onteigening van de in de dagvaarding omschreven onroerende zaken ten behoeve van de Provincie, met bepaling dat door inschrijving van het ten deze te wijzen vonnis in de daartoe bestemde registers het eigendom zal overgaan op de Provincie en het bedrag van de schadeloosstelling vast te stellen op € 161.900,-- dan wel € 144.000,--.
[Eiseres] heeft de vordering bestreden.
Bij vonnis van 7 maart 2007 heeft de rechtbank onder meer de gevorderde onteigening uitgesproken, het voorschot op de schadeloosstelling voor [eiseres] vastgesteld op € 161.900,-- en drie deskundigen en een rechter-commissaris benoemd.
Het vonnis van de rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
[Eiseres] heeft tegen het vonnis van de rechtbank van 7 maart 2007 beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Provincie heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Provincie mede door mr. R.T. Wiegerink, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 5 juni 2008 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Provincie begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 11 juli 2008.