ECLI:NL:HR:2008:BD2714
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep cassatie wegens overschrijding termijn in nationaliteitszaak
Verzoekers hebben bij de rechtbank 's-Gravenhage verzocht om vaststelling van hun Nederlandse nationaliteit. De rechtbank wees dit verzoek bij beschikking van 7 juni 2007 af. Verzoekers stelden vervolgens beroep in cassatie in tegen deze beschikking. De Staat der Nederlanden heeft geen verweerschrift ingediend.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep niet binnen de wettelijk gestelde termijn van drie maanden na de beschikking van de rechtbank was ingediend. Op grond van artikel 426 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is het beroep daarom niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad verklaarde verzoekers niet-ontvankelijk in hun cassatieberoep en veroordeelde hen in de kosten van het geding, die aan de zijde van de Staat nihil werden begroot. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren van Buchem-Spapens, Hammerstein, van Oven en Asser op 11 juli 2008.
Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun cassatieberoep wegens overschrijding van de cassatietermijn.