ECLI:NL:HR:2008:BD2739
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van verdachte wegens niet tijdig indienen middelen van cassatie
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden. De verdachte, vertegenwoordigd door mr. L.H.W.M. Koenen, heeft een schriftuur ingediend die mondeling is toegelicht. Een aanvulling op deze schriftuur is echter na afloop van de wettelijke termijn ingekomen, waardoor de Hoge Raad deze niet in behandeling kan nemen.
De Hoge Raad stelt vast dat voor onderzoek in cassatie alleen middelen van cassatie in aanmerking komen die een stellige en duidelijke klacht bevatten over de schending van een rechtsregel of een verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift. De ingediende schriftuur voldoet niet aan deze vereisten en blijft daarom onbesproken.
Daarnaast is niet voldaan aan het voorschrift van artikel 437, tweede lid, Sv, dat vereist dat een schriftuur met middelen van cassatie tijdig door een raadsman wordt ingediend. Hierdoor verklaart de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep en wijst het beroep af.
Uitkomst: De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.