ECLI:NL:HR:2008:BD2741
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in cassatie wegens niet tijdig indienen middelen
Op 24 juni 2008 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden. Het beroep was ingesteld door verdachte, vertegenwoordigd door mr. L.H.W.M. Koenen. De schriftuur die namens verdachte was ingediend, voldeed niet aan de wettelijke eisen voor middelen van cassatie, omdat het geen stellige en duidelijke klacht bevatte over schending van rechtsregels of vormvoorschriften.
Daarnaast was een aanvulling op de schriftuur pas na de wettelijke termijn ingediend, waardoor deze niet in behandeling kon worden genomen. De Advocaat-Generaal had primair geadviseerd de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren en subsidiair het beroep te verwerpen.
De Hoge Raad oordeelde dat verdachte niet binnen de wettelijke termijn de middelen van cassatie had ingediend conform art. 437, tweede lid, Sv, en verklaarde verdachte daarom niet-ontvankelijk in het beroep. Het arrest werd gewezen door de vice-president en vier raadsheren.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet tijdig indienen van middelen.