ECLI:NL:HR:2008:BD3162
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt partiële toepassing stamrechtvrijstelling bij naheffingsaanslag loonbelasting
Belanghebbende, een B.V., kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd over de periode 1 januari 2004 tot en met 31 maart 2004, inclusief een boete. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslag en boete, maar de rechtbank Breda verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de uitspraken van de Inspecteur, waarbij de naheffingsaanslag en boete werden verminderd.
De Staatssecretaris van Financiën stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Advocaat-Generaal adviseerde op 28 april 2008 het cassatieberoep ongegrond te verklaren. De Hoge Raad volgde dit advies en verklaarde het beroep van de Staatssecretaris ongegrond.
De Hoge Raad bevestigde dat de partiële toepassing van de stamrechtvrijstelling is toegestaan, waarmee de naheffingsaanslag en boete terecht verminderd werden door de rechtbank. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding, vastgesteld op €644 voor rechtsbijstand, en werd de Staat als rechtspersoon aangewezen voor de vergoeding van deze kosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag en boete worden verminderd.