ECLI:NL:HR:2008:BD3164
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt belastbaarheid van opbrengst Discretionary Award vanaf vestigingsdatum
Belanghebbende was werkzaam bij A N.V. binnen de B group en kreeg in 1996 een Discretionary Award toegekend, die onder voorwaarden recht gaf op opbrengsten van certificaten van aandelen. De vestigingsdatum werd door het Advisory Committee vastgesteld op 17 januari 2000, waarna belanghebbende de aandelen verkocht en een opbrengst van ƒ 925.727 behaalde.
De Inspecteur rekende deze opbrengst toe aan het belastbare inkomen van belanghebbende in 2000, wat door het Hof werd bevestigd. Het geschil betrof het tijdstip waarop de rechten onvoorwaardelijk werden en de opbrengst belastbaar werd.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat het oordeel over het tijdstip van vestiging en verkrijging van beschikkingsmacht niet onbegrijpelijk was. De overige middelen faalden eveneens, waarna het cassatieberoep ongegrond werd verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest bevestigt de belastingheffing op het moment dat de rechten onvoorwaardelijk worden en de opbrengst beschikbaar komt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het Hof-arrest bevestigd dat de opbrengst uit de Discretionary Award in 2000 belastbaar is.