ECLI:NL:HR:2008:BD3410
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onregelmatige geuridentificatieproef zonder bewijsgebruik
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Arnhem uit 2001, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor meerdere diefstallen en vrijgesproken van brandstichting. Het verzoek is gebaseerd op een onregelmatigheid bij de uitvoering van geuridentificatieproeven door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland in de periode 1997-2006, waarbij de hondengeleider vooraf op de hoogte was van de sorteervolgorde van geurbuisjes, wat de betrouwbaarheid van de proef aantast.
De Hoge Raad overweegt dat wanneer het resultaat van een dergelijke onregelmatige geuridentificatieproef als bewijs is gebruikt en het niet aannemelijk is dat zonder dit bewijs tot een veroordeling zou zijn gekomen, dit een omstandigheid vormt voor herziening. In deze zaak blijkt echter uit de aanvulling op het arrest dat het resultaat van de geuridentificatieproef niet voor bewijs is gebruikt.
Daarom is er geen ernstig vermoeden dat het hof de aanvrager anders zou hebben vrijgesproken. Het verzoek tot herziening wordt dan ook kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen. De uitspraak is gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 10 juni 2008.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen omdat het resultaat van de geuridentificatieproef niet als bewijs is gebruikt.