ECLI:NL:HR:2008:BC8789
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onbetrouwbare geuridentificatieproef bij poging tot diefstal
De zaak betreft een herzieningsverzoek tegen een veroordeling wegens poging tot diefstal door inklimming in Arnhem op 15 december 2002. De aanvrager betoogde dat de geuridentificatieproef, uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland, onregelmatig was uitgevoerd omdat de hondengeleider vooraf op de hoogte was van de sorteervolgorde van de geurdragers, waardoor de betrouwbaarheid van het bewijs werd aangetast.
De Hoge Raad stelt vast dat uit een intern oriënterend onderzoek is gebleken dat in de periode september 1997 tot en met maart 2006 geuridentificatieproeven regelmatig niet volgens het protocol zijn uitgevoerd. Dit protocol vereist dat de hondengeleider blind is voor de volgorde van de geurdragers om fouten te voorkomen. Hierdoor is het resultaat van dergelijke proeven niet als betrouwbaar bewijs aan te merken.
Toch oordeelt de Hoge Raad dat in deze zaak het bewezenverklaarde ook zonder de geuridentificatieproef kan worden afgeleid uit het overige bewijsmateriaal, zoals de aanwezigheid van de aanvrager in het pand kort na de inbraakalarmmeldingen, zijn vluchtpoging bij politieaanwezigheid, en zijn ongeloofwaardige verklaring. Daarom bestaat geen ernstig vermoeden dat de politierechter de aanvrager zou hebben vrijgesproken als de geurproef niet was gebruikt.
De Hoge Raad wijst het herzieningsverzoek af en bevestigt de veroordeling tot 60 dagen gevangenisstraf, waarvan 21 dagen voorwaardelijk. Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren op 22 april 2008.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt afgewezen en de veroordeling blijft in stand.