ECLI:NL:HR:2008:BD3426
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onregelmatige geuridentificatieproef bij gewapende overval
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een vonnis van de Rechtbank Zutphen waarin de aanvrager werd veroordeeld voor een gewapende overval en medeplegen van afpersing. Het verzoek tot herziening is gebaseerd op een onregelmatigheid bij de uitvoering van een geuridentificatieproef door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland, waarbij de hondengeleider op de hoogte was van de sorteervolgorde van de geurdragers, wat het resultaat onbetrouwbaar zou maken.
De Hoge Raad overweegt dat indien het resultaat van een onregelmatige geuridentificatieproef voor het bewijs is gebruikt en zonder dat resultaat de rechter niet tot een bewezenverklaring zou zijn gekomen, er een ernstig vermoeden bestaat dat de veroordeelde vrijgesproken zou zijn. In deze zaak blijkt echter uit de motivering van de bewezenverklaring dat het resultaat van de geuridentificatieproef niet als bewijs is gebruikt.
Daarom is er geen ernstig vermoeden dat de rechtbank de aanvrager zou hebben vrijgesproken als zij bekend was geweest met de onregelmatigheid. Het verzoek tot herziening is derhalve kennelijk ongegrond en wordt afgewezen. De Hoge Raad bevestigt hiermee de eerdere veroordeling van twee jaar gevangenisstraf voor de aanvrager.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen omdat het onregelmatige bewijs niet is gebruikt en er geen ernstig vermoeden bestaat dat de rechtbank anders zou hebben geoordeeld.