ECLI:NL:HR:2008:BD3439
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijs en vormvereisten proces-verbaal bij snelheidsmeting met lasergun
De Hoge Raad behandelde een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin verdachte werd veroordeeld voor een snelheidsovertreding op de Kastelenlaan te Ede. Het hof baseerde de bewezenverklaring onder meer op een proces-verbaal waarin de verbalisant het resultaat van een lasergunmeting rapporteerde, hoewel de meting door een andere verbalisant was verricht.
De verdediging voerde aan dat het proces-verbaal niet voldeed aan de vereisten van art. 153 Sv Pro omdat het niet was ondertekend en dat de verklaring van de verbalisant niet betrouwbaar was omdat hij waarnemingen van een collega rapporteerde. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat de verbalisant mede verklaarde wat de bedienaar van de lasergun had waargenomen en dat dit niet onbegrijpelijk was.
Verder stelde de Hoge Raad vast dat het proces-verbaal niet was ondertekend en daarom niet voldeed aan art. 153 Sv Pro, maar dat het als geschrift in de zin van art. 344 Sv Pro wel als bewijs kon worden gebruikt. Omdat geen van de middelen slaagde en er geen reden was voor ambtshalve vernietiging, werd het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor snelheidsovertreding blijft in stand.