ECLI:NL:HR:2008:BD3747
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Werkgeversaansprakelijkheid na val werknemer van rolsteiger
In deze zaak stond de vraag centraal of de werkgever aansprakelijk is voor de schade van de werknemer die op 5 februari 2002 tijdens werkzaamheden van een rolsteiger is gevallen. De werknemer vorderde schadevergoeding op grond van werkgeversaansprakelijkheid ex art. 7:658 BW Pro.
De werkgever betwistte de aansprakelijkheid en stelde zich op het standpunt dat de vordering niet toewijsbaar was. De rechtbank verwees de zaak naar de kantonrechter, die de vordering van de werknemer afwees. Het gerechtshof te 's-Gravenhage vernietigde dit vonnis echter en wees de vordering alsnog toe na bewijslevering en getuigenverhoren.
De werkgever stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep. De werkgever werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee bleef het arrest van het hof in stand waarin de werkgever aansprakelijk werd gehouden voor de schade van de werknemer.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de werkgever wordt verworpen en de aansprakelijkheid voor de schade van de werknemer blijft in stand.