ECLI:NL:HR:2008:BD3942

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 september 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C07/087HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheidsgeschil tussen bestuurder en stille vennoot in commanditaire vennootschap

In deze zaak staat een geschil centraal tussen de bestuurder en enig aandeelhouder van de beherend vennoot en de stille vennoot binnen een commanditaire vennootschap (CV). De stille vennoot, IAH, vorderde betaling van ruim €1.169.886,- wegens schade veroorzaakt door onrechtmatig handelen van de bestuurder, eiser in cassatie.

De rechtbank Arnhem wees de vordering af, maar het gerechtshof Arnhem vernietigde dit vonnis na getuigenverhoren en stelde de bestuurder aansprakelijk voor de geleden schade. Tegen deze uitspraak stelde de bestuurder beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep zonder nadere motivering, conform artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De bestuurder werd veroordeeld in de kosten van het geding, die nihil werden begroot.

De uitspraak bevestigt de aansprakelijkheid van de bestuurder voor onrechtmatig handelen binnen de CV en benadrukt de bewijskracht van partijgetuigenverklaringen in dergelijke geschillen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de bestuurder wordt verworpen en de aansprakelijkheid voor schadevergoeding wordt bevestigd.

Uitspraak

5 september 2008
Eerste Kamer
Nr. C07/087HR
RM/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt,
t e g e n
[verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en IAH.
1. Het geding in feitelijke instanties
IAH heeft bij exploot van 28 januari 2003 [eiser] gedagvaard voor de rechtbank Arnhem en gevorderd, kort gezegd, [eiser] te veroordelen tot betaling van € 1.169.886,--, met rente en kosten.
[Eiser] heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 24 maart 2004 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft IAH hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Na tussenarresten van 14 juni 2005 en 11 april 2006 en getuigenverhoren, heeft het hof bij eindarrest van 12 december 2006 het vonnis van de rechtbank vernietigd en [eiser] veroordeeld tot vergoeding van de schade die IAH heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van [eiser], op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof van 11 april 2006 en 12 december 2006 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen IAH is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 5 september 2008.