ECLI:NL:HR:2008:BD4377
Hoge Raad
- Cassatie
- O. de Savornin Lohman
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Wijziging en beëindiging partneralimentatie tussen voormalige echtelieden
De man verzocht bij de rechtbank Breda om de door hem verschuldigde partneralimentatie aan de vrouw met ingang van diverse data tussen 2001 en 2003 op nihil te stellen of te verminderen. De rechtbank wijzigde de alimentatieverplichting gedeeltelijk en stelde de bijdrage vanaf 1 oktober 2004 op nihil. De vrouw stelde hoger beroep in tegen deze beschikking, waarop ook de man incidenteel hoger beroep instelde. Het hof vernietigde de eerdere beschikkingen en stelde vast dat de onderhoudsverplichting van de man ten opzichte van de vrouw met ingang van 1 oktober 2004 van rechtswege is geëindigd. De man stelde hiertegen cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd derhalve verworpen.
De uitspraak bevestigt dat de onderhoudsverplichting tussen voormalige echtelieden kan eindigen op grond van rechtsgevolgen die door het hof zijn vastgesteld, en dat de Hoge Raad terughoudend is in het aannemen van cassatiegronden die geen wezenlijke rechtsvragen oproepen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de onderhoudsverplichting van de man met ingang van 1 oktober 2004 is geëindigd.