ECLI:NL:HR:2008:BD6379
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek geuridentificatieproef in inbraakzaak Almere
In deze zaak is een herzieningsverzoek ingediend tegen een vonnis van de Rechtbank Zwolle-Lelystad uit 2003, waarbij de aanvrager werd vrijgesproken van een inbraak in een bedrijfspand te Almere. Het verzoek betrof de geuridentificatieproef die in het opsporingsonderzoek was gebruikt.
De aanvrager stelde dat de proef onbetrouwbaar was uitgevoerd, omdat de hondengeleider mogelijk vooraf op de hoogte was van de sorteervolgorde van de geurdragers, wat in strijd is met het protocol. Dit zou een ernstig vermoeden kunnen geven dat het vonnis onjuist was.
De Hoge Raad overwoog dat hoewel geuridentificatieproeven in de periode 1997-2006 onder verdachte omstandigheden zijn uitgevoerd, in dit specifieke geval de aanvrager al was vrijgesproken. Hierdoor is geen sprake van een ernstig vermoeden dat de rechtbank de aanvrager ten onrechte vrijsprak. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond en afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen omdat de aanvrager destijds al is vrijgesproken.