ECLI:NL:HR:2008:BD6833
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over symbolische vergoeding en ondernemerschap voor omzetbelasting
Belanghebbende, een holding, verrichtte in het vierde kwartaal van 1997 sturende en beleidsbepalende activiteiten voor haar dochtervennootschap en tevens werkzaamheden voor een vennootschap onder firma (v.o.f.). Voor deze werkzaamheden bracht zij een vergoeding van € 1000 in rekening, terwijl zij € 40.733 aan omzetbelasting aftrok. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op omdat de aftrek volgens hem onterecht was.
Het hof oordeelde dat de vergoeding symbolisch was en dat belanghebbende daardoor geen economische activiteiten verrichtte in de zin van de Zesde richtlijn, waardoor zij geen belastingplichtige was. Dit oordeel baseerde het hof op het grote verschil tussen de kosten en de ontvangen vergoeding.
De Hoge Raad stelt dat het hof een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd door alleen naar het verschil tussen kosten en vergoeding te kijken. In plaats daarvan had het hof moeten onderzoeken of de verrichte prestaties jegens de v.o.f. daadwerkelijk tegen een symbolische vergoeding waren verricht en of er sprake was van vrijgevigheid. Hierdoor vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling.
Daarnaast veroordeelt de Hoge Raad de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten en gelast vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming van de juiste maatstaf voor symbolische vergoeding.