ECLI:NL:HR:2008:BD7568
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Erkenning en tenuitvoerlegging van Duitse kostenbeslissing op grond van de EEX-Verordening
In deze zaak stond de vraag centraal of een Duitse kostenbeslissing (Kostenfestsetzungsbeschluss), die is gebaseerd op een einstweilige Verfügung (voorlopige voorziening) die ex parte is uitgevaardigd, erkend en ten uitvoer gelegd kan worden in Nederland op grond van de EEX-Verordening.
De voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch had op verzoek van Feinchemie het verlof tot tenuitvoerlegging verleend, waarna Realchemie hiertegen beroep instelde. Realchemie voerde aan dat de einstweilige Verfügung geen beslissing in de zin van de EEX-Verordening zou zijn en dat de weigeringsgrond van artikel 34 lid 2 van Pro de Verordening van toepassing was, omdat de beslissing zonder hoor en wederhoor was genomen.
De Hoge Raad oordeelde dat de kostenbeslissing en de onderliggende einstweilige Verfügung wel degelijk beslissingen zijn in de zin van de EEX-Verordening, omdat zij aan Realchemie zijn betekend en er mogelijkheid tot verzet en bezwaar bestaat. De weigeringsgrond van artikel 34 lid 2 is Pro niet van toepassing omdat deze ziet op verstekvonnissen, terwijl hier de verweerder niet is opgeroepen en ook niet behoefde te worden opgeroepen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de Duitse kostenbeslissing erkend en ten uitvoer gelegd kan worden in Nederland.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de erkenning en tenuitvoerlegging van de Duitse kostenbeslissing op grond van de EEX-Verordening.