ECLI:NL:HR:2008:BD7580
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Erkenning en tenuitvoerlegging van Duitse kostenbeslissing op grond van EEX-Verordening
In deze zaak oordeelt de Hoge Raad over de erkenning en tenuitvoerlegging in Nederland van een Duitse kostenbeslissing (Kostenfestsetzungsbeschluss) die is gebaseerd op een einstweilige Verfügung, een voorlopige ex parte beschikking van de Duitse rechter. Realchemie Nederland B.V. verzocht vernietiging van de Nederlandse beschikking die deze tenuitvoerlegging toestond, stellende dat de Duitse beslissing niet onder de EEX-Verordening valt omdat deze zonder mondelinge behandeling en zonder hoor en wederhoor is gegeven.
De Hoge Raad overweegt dat zowel de einstweilige Verfügung als de daarop gebaseerde Kostenfestsetzungsbeschluss aan Realchemie zijn betekend en dat tegen deze beslissingen verzet of bezwaar mogelijk is. Hierdoor is voldaan aan de voorwaarden van art. 38 in Pro verbinding met art. 32 EEX Pro-Verordening dat een beslissing voor erkenning en tenuitvoerlegging in aanmerking komt.
Verder wijst de Hoge Raad het beroep af dat art. 34 lid 2 EEX Pro-Verordening een weigeringsgrond zou bieden, omdat deze bepaling alleen ziet op verstekvonnissen, terwijl hier sprake is van een situatie waarin de verweerder niet is opgeroepen en ook niet behoefde te worden opgeroepen. De Hoge Raad bevestigt dat de Duitse kostenbeslissing erkend en tenuitvoer gelegd kan worden in Nederland.
De beschikking van de voorzieningenrechter en de daaropvolgende afwijzing door de rechtbank worden daarmee bekrachtigd, en het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de Duitse kostenbeslissing wordt erkend en ten uitvoer gelegd in Nederland.