ECLI:NL:HR:2008:BD7581
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Erkenning en tenuitvoerlegging van Duitse kostenbeslissingen op grond van de EEX-Verordening
In deze zaak gaat het om de erkenning en tenuitvoerlegging in Nederland van Duitse kostenbeslissingen (Kostenfestsetzungsbeschlüsse) die zijn gebaseerd op voorlopige ex parte voorzieningen (einstweilige Verfügung). De voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch had op verzoek van Feinchemie toestemming verleend voor tenuitvoerlegging, maar Realchemie stelde beroep in en voerde aan dat deze beslissingen geen beslissingen in de zin van de EEX-Verordening zijn en dat de weigeringsgrond van art. 34 lid 2 EEX Pro-Verordening van toepassing is vanwege het ontbreken van hoor en wederhoor.
De Hoge Raad bevestigt dat een einstweilige Verfügung en de daarop gebaseerde Kostenfestsetzungsbeschlüsse wel degelijk beslissingen zijn in de zin van art. 38 in Pro verbinding met art. 32 EEX Pro-Verordening, omdat na betekening verzet of bezwaar mogelijk is. De weigeringsgrond van art. 34 lid 2 EEX Pro-Verordening ziet op situaties van verstekverlening en is niet van toepassing wanneer de verweerder niet is opgeroepen en ook niet behoefde te worden opgeroepen, zoals hier het geval is.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep van Realchemie af en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen dat de Duitse kostenbeslissingen erkend en ten uitvoer gelegd mogen worden in Nederland. Hiermee wordt de rechtsgeldigheid van ex parte voorlopige voorzieningen in internationale context bevestigd, mits de mogelijkheid tot verzet of bezwaar bestaat.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de erkenning en tenuitvoerlegging van de Duitse kostenbeslissingen op grond van de EEX-Verordening.