ECLI:NL:HR:2008:BD9477
Hoge Raad
- Cassatie
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Horen op bezwaar niet vereist bij kennelijk ongegrond bezwaar in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een vennootschap, kreeg voor het jaar 2001 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd. Na bezwaar werd deze aanslag gehandhaafd door de Inspecteur. Het Hof verklaarde het beroep tegen deze uitspraak ongegrond. Belanghebbende stelde cassatie in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de vraag of de Inspecteur belanghebbende had moeten horen bij het bezwaar. Belanghebbende stelde dat de Inspecteur in strijd met het beleid en algemene beginselen van behoorlijk bestuur had gehandeld door niet te horen. De Hoge Raad overwoog dat het Voorschrift Awb 1997, dat een uitbreiding bevat op de reguliere Awb-regeling omtrent het horen, niet van toepassing is wanneer het bezwaar kennelijk ongegrond is.
De Inspecteur had gesteld dat het bezwaar kennelijk ongegrond was omdat de aanslag overeenkwam met de aangifte en het bezwaar zag op een correctie die niet in de aanslag was begrepen. De Hoge Raad vond dat de Inspecteur zich in redelijkheid op dit standpunt kon stellen. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard; horen op bezwaar is niet vereist bij kennelijk ongegrond bezwaar.