ECLI:NL:HR:2008:BE9093

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R07/057HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15b FaillissementswetArt. 284 FaillissementswetArt. 288 FaillissementswetArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstaan van schulden

Verzoekers zijn op eigen verzoek failliet verklaard door de rechtbank Almelo. Zij verzochten vervolgens om opheffing van het faillissement met gelijktijdige toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek af op grond van artikel 288 lid 2 Faillissementswet Pro, omdat de schulden niet te goeder trouw waren ontstaan.

Het gerechtshof Arnhem bekrachtigde dit vonnis na hoger beroep. Verzoekers stelden daarop beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. Tijdens de procedure trok verzoekster 2 haar beroep in wegens overlijden.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.

Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het niet te goeder trouw laten ontstaan van schulden.

Uitspraak

17 oktober 2008
Eerste Kamer
R07/057HR
RM/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1],
2. [Verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker 1] en [verzoekster 2].
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van de rechtbank Almelo van 22 maart 2006 zijn [verzoeker 1] en [verzoekster 2] op eigen verzoek in staat van faillissement verklaard.
[Verzoeker 1] en [verzoekster 2] hebben bij verzoekschrift gedateerd 16 oktober 2006 de rechtbank Almelo verzocht het faillissement op te heffen onder gelijktijdige toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.
De rechtbank heeft dit verzoek bij vonnis van 2 januari 2007 afgewezen.
Tegen dit vonnis hebben [verzoeker 1] en [verzoekster 2] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Na mondelinge behandeling van de zaak heeft het hof bij arrest van 5 maart 2007 het bestreden vonnis bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [verzoeker 1] en [verzoekster 2] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Bij brief van 19 maart 2008 heeft de advocaat van verzoekers het beroep wat [verzoekster 2] betreft ingetrokken, omdat zij op 13 februari 2008 is overleden.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 17 oktober 2008.