ECLI:NL:HR:2008:BE9093
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstaan van schulden
Verzoekers zijn op eigen verzoek failliet verklaard door de rechtbank Almelo. Zij verzochten vervolgens om opheffing van het faillissement met gelijktijdige toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek af op grond van artikel 288 lid 2 Faillissementswet Pro, omdat de schulden niet te goeder trouw waren ontstaan.
Het gerechtshof Arnhem bekrachtigde dit vonnis na hoger beroep. Verzoekers stelden daarop beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. Tijdens de procedure trok verzoekster 2 haar beroep in wegens overlijden.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het niet te goeder trouw laten ontstaan van schulden.