ECLI:NL:HR:2008:BF0101
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende ernstig vermoeden vrijspraak ondanks geuridentificatieproef
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een onherroepelijk vonnis van de Politierechter te Zutphen uit 2002, waarbij de aanvrager is veroordeeld voor diefstal door middel van braak, verbreking en inklimming in een pand van een softwarebedrijf te Apeldoorn.
De herzieningsaanvraag is gebaseerd op de stelling dat de geuridentificatieproef, uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland, mogelijk onjuist is uitgevoerd, waardoor de betrouwbaarheid van het bewijs ter discussie staat. De Hoge Raad heeft eerder geoordeeld dat dergelijke geuridentificatieproeven in de periode 1997-2006 in strijd met het protocol zijn uitgevoerd, wat de betrouwbaarheid aantast.
In deze zaak oordeelt de Hoge Raad echter dat ook zonder het resultaat van de geuridentificatieproef uit het beschikbare bewijsmateriaal kan worden afgeleid dat de aanvrager een van de daders was. Dit bewijs omvat onder meer getuigenverklaringen van een beveiligingsbeambte die de aanvrager heeft aangehouden, en een bekentenis van de aanvrager zelf.
Daarmee is niet voldaan aan de vereiste voor herziening dat zonder het belastende bewijs van de geuridentificatieproef niet tot een veroordeling zou zijn gekomen. Het verzoek tot herziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen omdat ook zonder geuridentificatieproef voldoende bewijs bestaat voor de veroordeling.