ECLI:NL:HR:2008:BF0840
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende twijfel aan geurproef in wapens- en jachtwetzaak
De aanvrager verzocht om herziening van een vonnis van de Politierechter Zutphen uit 2001, waarin hij werd veroordeeld voor overtredingen van de Wet wapens en munitie en de Jachtwet. De aanvraag was gebaseerd op twijfel aan de betrouwbaarheid van een geuridentificatieproef uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland.
De Hoge Raad overwoog dat in de periode van 1997 tot 2006 geuridentificatieproeven mogelijk onregelmatig zijn uitgevoerd, waardoor het resultaat daarvan niet als betrouwbaar bewijs kan gelden. Echter, de Hoge Raad stelde vast dat ook zonder het resultaat van de geurproef uit het overige bewijsmateriaal voldoende aannemelijk is dat de aanvrager de bewezenverklaarde feiten heeft gepleegd.
De feiten betreffen wildstroperij met gebruik van kunstlicht en een vuurwapen, waarbij de aanvrager werd herkend door jachtopzichters en sporenonderzoek de aanwezigheid van de aanvrager bevestigde. De Hoge Raad concludeerde dat er geen ernstig vermoeden bestaat dat de aanvrager zonder de geurproef vrijgesproken zou zijn, zodat de herzieningsaanvraag ongegrond is en wordt afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het herzieningsverzoek af omdat ook zonder de geurproef voldoende bewijs bestaat dat de aanvrager de feiten heeft gepleegd.