ECLI:NL:HR:2008:BF1030
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Huwelijksgoederenrechtelijke verdeling van echtelijke woning na scheiding
De vrouw heeft de man gedagvaard voor de rechtbank Utrecht met vorderingen gericht op de verdeling van de echtelijke woning en de daaraan verbonden hypothecaire lening, waarbij zij onder meer een waarde per 2 juni 1998 wilde hanteren en de woning aan haar wilde laten toekomen.
De rechtbank heeft na comparities en tussenvonnissen de verdeling vastgesteld, waarna de man hoger beroep instelde bij het hof Amsterdam. Het hof vernietigde het vonnis voor zover het de overbedeling betrof en stelde een lager bedrag vast dat de man aan de vrouw moest betalen, terwijl het overige werd bekrachtigd.
De man stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van het cassatiemiddel niet leiden tot cassatie en wijst het beroep af. De kosten van het geding in cassatie worden gecompenseerd zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam blijft in stand.