ECLI:NL:HR:2008:BF3317

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00008
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H. Koster
  • A.J.A. van Dorst
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 Sr
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bewijsbestemming Roma-paspoort als geschrift onder art. 225 Sr

In deze strafzaak stond centraal of het door verdachte gebruikte Roma-paspoort kwalificeert als een geschrift met bewijsbestemming zoals bedoeld in artikel 225 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Verdachte werd verweten op 21 april 2006 een vervalst identiteitsbewijs te hebben gebruikt bij de Penitentiaire Inrichting Nieuw Vossenveld.

De verdediging voerde aan dat het Roma-paspoort een fictief document is zonder officiële status en daarom niet als identiteitsbewijs kan worden beschouwd, zodat het gebruik ervan niet strafbaar zou zijn. Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat het document in het maatschappelijk verkeer betekenis heeft als bewijs van identiteit en dat verdachte het ook als zodanig heeft gebruikt.

De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat het Roma-paspoort een geschrift is dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, namelijk de identiteit van de houder. De Hoge Raad vond de motivering van het hof toereikend en verwierp het cassatieberoep. Hiermee werd het gebruik van het Roma-paspoort als vervalst identiteitsbewijs strafrechtelijk relevant geacht.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het Roma-paspoort is een geschrift met bewijsbestemming onder art. 225 Sr.

Uitspraak

2 december 2008
Strafkamer
nr. 08/00008
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 25 mei 2007, nummer 20/003075-06, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Breda, locatie PIV" te Breda.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.J.D. van Doleweerd, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel behelst de klacht dat het Hof het verweer dat geen sprake was van een geschrift met bewijsbestemming als bedoeld in art. 225 Sr Pro ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd heeft verworpen.
2.2.1. Overeenkomstig de tenlastelegging is ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat zij:
"op 21 april 2006 te Vught opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vervalst identiteitsbewijs - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat zij, verdachte, dat document bij de Penitentiaire Inrichting Nieuw Vossenveld ter legitimatie heeft overgelegd (om toegang te verkrijgen), en bestaande die vervalsing hierin dat dat document op naam gesteld was van [naam] en voorzien was van haar, verdachtes, pasfoto."
2.2.2. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt het volgende in:
"De advocaat-generaal voert het woord en deelt - zakelijk weergegeven - mede:
Vaststaat dat de gegevens op het zogenaamde "Roma-paspoort" dat verdachte heeft gebruikt niet juist zijn en dat verdachte dat ook wist. Evenals de officier van justitie ben ik van mening, dat het daarbij gaat om een voorwerp dat vervalst kan worden. Het is niet relevant of er sprake is van een vervalst paspoort. Hoewel het "Roma-paspoort" als zodanig niet wordt erkend, kan het wel ter legitimatie gebruikt worden en kan het vervalst worden. (...)
De raadsman voert het woord tot verdediging en deelt - zakelijk weergegeven - mede:
De wet en de jurisprudentie zijn heel duidelijk over identiteitsbewijzen. In de onderhavige zaak gaat het om een Romapas en dat is voor zover het identificatie betreft een fictief document. Het is geen identiteitsbewijs, dat hebben de verbalisanten ook verklaard. Ik vraag me af hoe een fictief document vervalst kan worden. Je kunt er immers je identiteit niet mee bewijzen en het kan dus ook geen vals of vervalst document worden."
2.2.3. Het Hof heeft het in het middel bedoelde verweer als volgt samengevat en verworpen:
"Ter terechtzitting in hoger beroep is door de verdediging het verweer gevoerd - kort gezegd - dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het haar ten laste gelegde, nu het ten laste gelegde document geen officieel document ter identificatie is en als zodanig derhalve ook niet gebruikt kan worden.
Het hof overweegt hieromtrent als volgt.
Naar het oordeel van het hof heeft de steller van de tenlastelegging met het opnemen van het woord "identiteitsbewijs" een omschrijving van een geschrift willen geven dat kennelijk is bedoeld om tot bewijs van enig feit te dienen - te weten de identiteit van verdachte -. Aan het ten laste gelegde en door verdachte gebruikte document wordt naar het oordeel van het hof in het maatschappelijk verkeer betekenis voor het bewijs van de identiteit van verdachte toegekend en verdachte heeft dat document ook als zodanig gebruikt, zodat dit een geschrift is dat onder de werking van artikel 225 van Pro het Wetboek van Strafrecht valt. Dat het onderhavige document geen identiteitsbewijs in formele zin is, doet aan dit oordeel niet af. Het hof verwerpt het verweer."
2.3. Het oordeel van het Hof dat het door de verdachte gebruikte "Roma-paspoort" een geschrift is dat bestemd is om tot het bewijs van enig feit te dienen en dat daaraan niet afdoet dat het in formele zin geen identiteitsbewijs is, geeft niet blijk van een onjuiste uitleg van de in de tenlastelegging en bewezenverklaring voorkomende woorden "bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen" die aldaar klaarblijkelijk zijn gebezigd in de betekenis die daaraan toekomt in art. 225 Sr Pro, en is toereikend gemotiveerd. Daarbij heeft de Hoge Raad in aanmerking genomen dat het Hof kennelijk en niet onbegrijpelijk betekenis heeft toegekend aan de omstandigheid dat aan het door de verdachte gebruikte "Roma-paspoort" in het maatschappelijk verkeer betekenis pleegt te worden toegekend met betrekking tot het bewijs van de identiteit van de houder van het document en dat de verdachte het onderhavige document ook met het oog daarop heeft gebruikt.
2.4. Het middel faalt.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, de vice-president A.J.A. van Dorst, en de raadsheer J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 2 december 2008.