ECLI:NL:HR:2008:BF3702
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende ernstig vermoeden vrijspraak ondanks onregelmatige geuridentificatieproef
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een veroordeling door de Politierechter te Zwolle wegens bedreiging met zware mishandeling en het bezit van een nepvuurwapen. Het verzoek is gebaseerd op onregelmatigheden bij de geuridentificatieproef uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland, waarvan later bleek dat de hondengeleider vooraf op de hoogte was van de sorteervolgorde, wat de betrouwbaarheid van het bewijs in twijfel trekt.
De Hoge Raad overweegt dat hoewel de geuridentificatieproef onregelmatigheden vertoonde en derhalve niet als betrouwbaar bewijs kan worden beschouwd, uit het overige bewijsmateriaal, waaronder getuigenverklaringen en inbeslaggenomen voorwerpen, met voldoende aannemelijkheid kan worden afgeleid dat de aanvrager de feiten heeft begaan. Hierdoor is er geen ernstig vermoeden dat de rechter de aanvrager zonder het geuridentificatieresultaat zou hebben vrijgesproken.
De Hoge Raad wijst het herzieningsverzoek af omdat niet is voldaan aan de vereisten van artikel 457, eerste lid, aanhef en onder 2°, Sv. Het arrest benadrukt de noodzaak van concrete aanwijzingen dat het onbetrouwbare bewijs doorslaggevend was voor de veroordeling, wat hier ontbreekt.
De uitspraak is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en bevestigt de veroordeling van de aanvrager voor bedreiging en het bezit van een nepvuurwapen, ondanks de onregelmatigheden in het bewijsproces.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het herzieningsverzoek af en bevestigt de veroordeling ondanks onregelmatigheden bij de geuridentificatieproef.