ECLI:NL:HR:2008:BF3706
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onbetwist bewezenverklaring inbraak ondanks onregelmatige geuridentificatieproef
De aanvrager was veroordeeld voor een inbraak gepleegd tussen 2 en 4 juli 2003 in een woning te Deventer waarbij onder meer een televisie, dvd-speler, cd's en een computer werden weggenomen. De veroordeling was mede gebaseerd op een geuridentificatieproef uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland.
Later bleek dat in de periode van september 1997 tot maart 2006 deze geuridentificatieproeven mogelijk onjuist waren uitgevoerd doordat de speurhondengeleiders vooraf op de hoogte waren van de sorteervolgorde van de geurdragers, wat de betrouwbaarheid van de proeven aantastte. Dit leidde tot een verzoek tot herziening van het vonnis.
De Hoge Raad oordeelt dat ondanks de onregelmatigheid van de geuridentificatieproef, uit het overige bewijs zoals verklaringen van getuigen en waarnemingen rond de inbraak, kan worden afgeleid dat de aanvrager een van de daders was. Hierdoor is er geen ernstig vermoeden dat de politierechter de aanvrager vrijgesproken zou hebben zonder de geurproef.
Daarom is het herzieningsverzoek kennelijk ongegrond en wordt het afgewezen. De Hoge Raad bevestigt hiermee de eerdere veroordeling en onderstreept de noodzaak van voldoende en betrouwbaar bewijs voor herziening van onherroepelijke vonnissen.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen omdat ook zonder het onbetrouwbare geuridentificatieresultaat voldoende bewijs bestaat dat de aanvrager de inbraak heeft gepleegd.