ECLI:NL:HR:2008:BF3803
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens ontbreken motivering afwijking bewezenverklaring poging zware mishandeling
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte werd bewezenverklaard dat hij op 20 december 2004 te Poeldijk met een aluminium staaf zijn vader meerdere malen op het hoofd sloeg met opzet om zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, zonder dat het misdrijf was voltooid.
De bewezenverklaring berustte op verklaringen van verdachte, het slachtoffer, getuigen, en politieprocessen-verbaal, alsmede medisch bewijs van het letsel. De verdediging voerde aan dat het bewijs incoherent en tegenstrijdig was, met onduidelijkheden over de gebruikte voorwerpen, de volgorde van gebeurtenissen, en de waarnemingen van verbalisanten. Tevens werd gesteld dat het letsel niet noodzakelijk door verdachte was toegebracht, maar mogelijk door een val.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof in zijn arrest is afgeweken van een door de verdediging uitdrukkelijk en onderbouwd naar voren gebracht standpunt omtrent de bewijsbaarheid van het ten laste gelegde feit, zonder de bijzondere redenen voor die afwijking te motiveren in strijd met art. 359, tweede lid, Sv. Dit verzuim leidt tot nietigheid van het arrest. De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het ontbreken van motivering voor het afwijken van een uitdrukkelijk onderbouwd verweer en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.