ECLI:NL:HR:2008:BF6721
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onregelmatige geurproef na bekentenis
De aanvrager verzocht om herziening van een veroordeling wegens diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij hij was veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf. De aanvraag was gebaseerd op de stelling dat de geuridentificatieproef, uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland, onregelmatig was uitgevoerd en dat zijn bekennende verklaringen hieruit voortvloeiden, waardoor deze verklaringen van het bewijs uitgesloten zouden moeten worden.
De Hoge Raad overwoog dat hoewel geurproeven in de betreffende periode vaak in strijd met het protocol zijn uitgevoerd, in dit specifieke geval de geurproef pas na de bekentenis van de aanvrager plaatsvond. Hierdoor kon het resultaat van de geurproef geen invloed hebben gehad op de aflegging van de bekentenis. Daarom was er geen ernstig vermoeden dat de rechter zonder de geurproef tot een andere beslissing zou zijn gekomen.
De Hoge Raad concludeerde dat de aanvrage tot herziening ongegrond was en wees deze af. Hiermee bleef de veroordeling van de aanvrager in stand. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer op 7 oktober 2008.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af omdat de geurproef pas na de bekentenis is uitgevoerd.