ECLI:NL:HR:2008:BF7414

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 november 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00308
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging gezamenlijk ouderlijk gezag en hoofdverblijf minderjarige kinderen

De vader verzocht bij de rechtbank Almelo om het ouderlijk gezag over de twee minderjarige kinderen toe te wijzen aan hem en subsidiair om het hoofdverblijf van de kinderen bij hem te bepalen. De moeder verzette zich hiertegen en vroeg om een omgangsregeling indien het hoofdverblijf bij de vader zou worden vastgesteld.

De rechtbank bepaalde dat het gezamenlijk gezag bleef bestaan, het hoofdverblijf bij de vader was en dat omgang tussen moeder en kinderen in overleg met de gezinsvoogd zou plaatsvinden binnen de ondertoezichtstelling. Zowel moeder als vader gingen in hoger beroep; het hof vernietigde het deel van de beschikking dat het gezamenlijk gezag bevestigde en stelde het gezamenlijk gezag opnieuw vast, bevestigde het hoofdverblijf bij de vader en de omgangsregeling.

De moeder stelde beroep in cassatie in, maar de Hoge Raad verwierp dit beroep zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Hiermee bleef het oordeel van het hof in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en het gezamenlijk gezag en hoofdverblijf bij de vader blijven gehandhaafd.

Uitspraak

28 november 2008
Eerste Kamer
08/00308
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de vader.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 23 september 2005 ter griffie van de rechtbank Almelo ingediend verzoekschrift heeft de vader zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, te bepalen dat de vader wordt belast met de uitoefening van het ouderlijk gezag over de twee minderjarige kinderen van partijen, en subsidiair dat deze kinderen hun hoofdverblijf bij de vader zullen hebben.
De moeder heeft het verzoek bestreden, en verzocht om de vaststelling van een omgangsregeling indien de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vader wordt vastgesteld.
De rechtbank heeft, na twee mondelinge behandelingen, bij beschikking van 16 februari 2007 bepaald dat de ouders gezamenlijk belast blijven met de uitoefening van het ouderlijk gezag over de twee minderjarigen, dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vader zal zijn en dat in beginsel binnen het kader van de ondertoezichtstelling en in overleg met de gezinsvoogd omgang zal zijn tussen de moeder en de kinderen.
Tegen deze beschikking heeft de moeder hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. De vader heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij beschikking van 23 oktober 2007 heeft het hof in het principaal en incidenteel beroep de beschikking van de rechtbank van 16 februari 2007 vernietigd voor zover is bepaald dat de ouders belast blijven met het ouderlijk gezag over de minderjarigen, en heeft het de ouders met het gezamenlijk gezag over de minderjarigen belast, en de bestreden beschikking voor het overige bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vader heeft verzocht de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in haar cassatieberoep dan wel het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 28 november 2008.