ECLI:NL:HR:2008:BF7415
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Verlies Nederlanderschap door Surinaamse nationaliteit volgens Toescheidingsovereenkomst
Verzoeker heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om vast te stellen dat hij sinds 17 mei 1983 dan wel sinds 1 januari 1985 de Nederlandse nationaliteit bezit. Dit naar aanleiding van het verlies van het Nederlanderschap door het van rechtswege verkrijgen van de Surinaamse nationaliteit op grond van de Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten tussen Nederland en Suriname.
De rechtbank wees het verzoek af en verzoeker stelde daarop beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Staat der Nederlanden verzocht het beroep te verwerpen. De Advocaat-Generaal concludeerde eveneens tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van verzoeker geen aanleiding geven tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad verwerpt daarom het cassatieberoep.
De uitspraak bevestigt dat het Nederlanderschap verloren gaat door het van rechtswege verkrijgen van de Surinaamse nationaliteit volgens de Toescheidingsovereenkomst, zonder anticipatie op toekomstige wetswijzigingen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap wordt afgewezen.