ECLI:NL:HR:2008:BF8853
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiefase
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Het middel klaagt over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, doordat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.
De Hoge Raad erkent de overschrijding van de redelijke termijn, maar stelt dat dit niet kan leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging, conform eerdere jurisprudentie (HR LJN BD2578). Vanwege de vertraging heeft de Hoge Raad besloten de opgelegde gevangenisstraf van zes weken te verminderen met twee weken.
De overige middelen van cassatie worden verworpen zonder nadere motivering, aangezien deze niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf en vermindert deze tot vier weken, terwijl het beroep voor het overige wordt verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot vier weken wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.