ECLI:NL:HR:2008:BF8855
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens ontbreken motivering bewijsgebruik getuigenverklaringen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte werd vrijgesproken voor een ten laste gelegd feit van opzettelijke vrijheidsberoving met geweld en dreiging met een vuurwapen. De verdediging voerde onder meer aan dat de verklaringen van twee aangevers tegenstrijdig en onbetrouwbaar waren, hetgeen door het hof werd genegeerd zonder de vereiste specifieke motivering.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof in strijd met artikel 359, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft nagelaten om in het bijzonder de redenen te geven waarom het is afgeweken van het door de verdediging ondubbelzinnig en met argumenten onderbouwde standpunt dat de verklaringen van de aangevers niet als bewijs konden dienen. Dit verzuim leidt volgens artikel 359, achtste lid, tot nietigheid van het arrest.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het aan zijn oordeel is onderworpen en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep. De overige middelen behoeven geen bespreking. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 9 december 2008.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het ontbreken van een deugdelijke motivering bij het bewijsgebruik en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.