ECLI:NL:HR:2008:BG1037
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende bewijsuitsluiting geuridentificatieproef
De zaak betreft een aanvrage tot herziening van een vonnis van de Politierechter te Arnhem, waarin de aanvrager werd veroordeeld voor poging tot diefstal door braak en medeplegen van opzetheling. De herzieningsaanvraag was gebaseerd op mogelijke onregelmatigheden bij de geuridentificatieproeven uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland tussen 1997 en 2006.
De Hoge Raad overwoog dat hoewel de geuridentificatieproef mogelijk onregelmatig is uitgevoerd, uit het overige bewijsmateriaal voldoende aannemelijkheid bestaat dat de aanvrager betrokken was bij de strafbare feiten. Diverse getuigenverklaringen, politieverslagen en de aanhouding na een achtervolging ondersteunen dit.
De Hoge Raad concludeerde dat het ontbreken van de geuridentificatieproef het bewijs niet ondermijnt en dat er geen ernstig vermoeden bestaat dat de Politierechter anders zou hebben geoordeeld. Daarom is de aanvrage tot herziening kennelijk ongegrond en wordt deze afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af omdat zonder de geuridentificatieproef voldoende bewijs bestaat dat de aanvrager de strafbare feiten heeft gepleegd.