ECLI:NL:HR:2008:BG1051
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onbetwiste bewezen poging tot inbraak ondanks geuridentificatieproef
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een vonnis van de Kinderrechter te Utrecht uit 2001, waarin de aanvrager werd veroordeeld voor mishandeling en twee pogingen tot diefstal door braak. De herzieningsaanvraag is gebaseerd op de onbetrouwbaarheid van geuridentificatieproeven die in de periode 1997-2006 mogelijk onregelmatig zijn uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland.
De Hoge Raad overweegt dat hoewel dergelijke geuridentificatieproeven niet als betrouwbaar kunnen worden beschouwd, uit het overige bewijsmateriaal, waaronder getuigenverklaringen, aanhoudingen en vondsten ter plaatse, met voldoende aannemelijkheid kan worden afgeleid dat de aanvrager betrokken was bij de poging tot inbraak. Hierdoor is niet voldaan aan de voorwaarden voor herziening op grond van art. 457 Sv Pro.
De feiten betreffen een poging tot inbraak in een kapsalon in de nacht van 27 juli 2000, waarbij drie jongens werden gezien, aangehouden en herkend. De politie trof breekwerktuigen aan nabij een geparkeerde auto die aan een van de verdachten toebehoorde. De getuige herkende de aanvrager als een van de daders. De Hoge Raad concludeert dat het bewijs ook zonder de geuridentificatieproef overtuigend is.
Daarom wordt het verzoek tot herziening afgewezen en blijft het oorspronkelijke vonnis in stand. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 21 oktober 2008.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen omdat ook zonder geuridentificatieproef voldoende bewijs bestaat voor de poging tot inbraak.