ECLI:NL:HR:2008:BG2122

Hoge Raad

Datum uitspraak
31 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R07/096HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigverklaring van fictieve overeenkomsten tot belastingontduiking in Arubaanse zaak

Crusader Management Consultancy Ltd. (CMC) vorderde bij de rechtbank in Aruba betaling van een bedrag van Afl. 5.927.767,-- van KH Supercenter N.V. (KH). De rechtbank wees de vordering af en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie bevestigde dit vonnis in hoger beroep. CMC stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De kern van het geschil betrof de geldigheid van overeenkomsten die volgens de Hoge Raad fictief waren en strekten tot belastingontduiking, waardoor deze nietig waren op grond van strijd met de goede zeden. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Het beroep werd verworpen en CMC werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee kwam een einde aan het geschil over de nietigheid van de overeenkomsten en de vordering tot betaling.

Uitkomst: Het cassatieberoep van CMC wordt verworpen en de vordering afgewezen wegens nietigheid van de overeenkomst.

Uitspraak

31 oktober 2008
Eerste Kamer
Nr. R07/096HR
RM/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
de rechtspersoon naar het recht van Gibraltar CRUSADER MANAGEMENT CONSULTANCY LTD.,
gevestigd te Gibraltar,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J.P. Heering,
t e g e n
KH SUPERCENTER N.V.,
gevestigd te Aruba,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als CMC en KH.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 14 december 2001 ter griffie van het gerecht in eerste aanleg van Aruba ingekomen verzoekschrift heeft CMC zich gewend tot dat gerecht en verzocht, kort gezegd, KH te veroordelen om aan CMC te betalen een bedrag van Afl. 5.927.767,--, met rente en kosten.
KH heeft de vordering bestreden.
Het gerecht heeft bij eindvonnis van 13 april 2005 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft CMC hoger beroep ingesteld bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, hierna: het hof.
Bij vonnis van 13 februari 2007 heeft het hof het vonnis van het gerecht bevestigd.
Het vonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van het hof heeft CMC beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
KH heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt CMC in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van KH begroot op € 344,65 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 31 oktober 2008.