ECLI:NL:HR:2008:BG2180
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vermindering van bedrag ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens overschrijding redelijke termijn
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Betrokkene was veroordeeld tot betaling van een bedrag van €1.197.800 aan de Staat. Zowel betrokkene als het Openbaar Ministerie stelden middelen van cassatie in.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat er geen rechtsvragen van belang voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling spelen. Wel constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Dit leidt ertoe dat de Hoge Raad ambtshalve het opgelegde bedrag aan ontneming vermindert tot €1.192.800. De overige onderdelen van het arrest van het hof blijven in stand. De beslissing werd genomen door de vice-president en twee raadsheren, en het arrest is uitgesproken op 16 december 2008.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert het bedrag van de ontneming tot €1.192.800 wegens overschrijding van de redelijke termijn.