ECLI:NL:HR:2008:BG3466
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad op 23 december 2008 uitspraak gedaan over het cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De klacht betrof de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, doordat de stukken te laat door het Hof waren ingezonden.
De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden, mede doordat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot de conclusie dat strafvermindering gerechtvaardigd was. De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van het arrest dat betrekking had op de duur van de opgelegde gevangenisstraf en bepaalde dat deze werd verminderd tot dertien maanden.
Het beroep werd voor het overige verworpen, en er waren geen andere gronden voor vernietiging. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot dertien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.