ECLI:NL:HR:2008:BG4294
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Recht op btw-aftrek bij intracommunautaire verwerving volgens Zesde richtlijn en Wet OB
Belanghebbende, een Nederlandse onderneming die handelt in computeronderdelen, verrichtte intracommunautaire verwervingen van goederen vanuit Duitsland en Italië, die rechtstreeks naar afnemers in Spanje werden vervoerd. De leveranciers brachten geen btw in rekening en belanghebbende bracht de verschuldigde btw in Nederland in aftrek. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op wegens het ontbreken van recht op aftrek.
Het Hof oordeelde dat de btw in Nederland verschuldigd was en dat aftrek op grond van artikel 17, lid 2, van de Zesde richtlijn mogelijk was, waarbij de teruggaafregeling in artikel 30 van Pro de Wet bedoeld is om dubbele heffing te voorkomen bij beperkte aftrekrechten. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitleg.
De Hoge Raad vraagt het Hof van Justitie of de bijzondere regeling in artikel 28 ter Pro, A, lid 2, van de Zesde richtlijn het recht op aftrek van btw in de lidstaat van registratie uitsluit, en of de aftrekregeling van artikel 17 van Pro de richtlijn ook hierop van toepassing is. Het geding is geschorst in afwachting van het arrest van het Hof van Justitie.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de procedure en legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over het recht op btw-aftrek bij intracommunautaire verwervingen.