ECLI:NL:HR:2008:BG4322
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Verenigbaarheid besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting met Zesde richtlijn inzake privégebruik auto's door personeel
Belanghebbende, X Holding B.V., bracht btw in aftrek over de aanschaf van 34 personenauto's die zij zakelijk gebruikte en na korte tijd verkocht. De Inspecteur corrigeerde de aftrek voor 30 auto's en legde een naheffingsaanslag op. Het Hof oordeelde dat de auto's zakelijk werden gebruikt maar ook privé door een directeur, waardoor aftrek op grond van het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 (BUA) beperkt werd.
Belanghebbende stelde dat artikel 1, lid 1, letter c, van het BUA in strijd is met bepalingen van de Zesde richtlijn. De Hoge Raad analyseerde de Europese rechtspraak en richtlijnen, waarbij werd vastgesteld dat lidstaten aftrekbeperkingen kunnen handhaven die reeds bestonden onder de Tweede richtlijn, maar dat deze niet te ruim mogen zijn en voldoende bepaald moeten zijn.
De Hoge Raad concludeerde dat de nationale regeling te ruim en onvoldoende bepaald is, met name omdat zij alle goederen voor privégebruik van personeel uitsluit zonder differentiatie. Daarom legde de Hoge Raad prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over de uitleg van de relevante richtlijnen en de toelaatbaarheid van de Nederlandse aftrekbeperking.
De procedure werd geschorst in afwachting van het oordeel van het Hof van Justitie.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de procedure en legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over de uitleg van de Zesde richtlijn inzake aftrekbeperkingen bij privégebruik van auto's door personeel.